Gelezen
Persoonlijke pillen
Volgens de huidige prognoses zal het menselijk genoom in 2002 volledig in kaart zijn gebracht. Dit gegeven vormt de basis voor de farmacogenomie, het jonge onderzoeksgebied dat kennis over erfelijke eigenschappen van de mens en nieuwe, betere geneesmiddelen aan elkaar wil koppelen. In een interview met geneticus prof. Peter Goodfellow, senior vice-president Discovery World Wide van SmithKline Beecham, wordt op dit onderwerp ingegaan.
Ziekten worden veroorzaakt doordat eiwitten niet goed functioneren. Omdat op termijn alle menselijke genen bekend zijn, zal vastgesteld kunnen worden voor welke eiwitten ze exact coderen. Aangezien elk eiwit een potentieel doelwit is voor een geneesmiddel, kan vervolgens gestart worden met de ontwikkeling van nieuwe, specifiek werkende farmaca.
Bovendien is het de verwachting dat de samenhang tussen interindividuele genetische variatie (polymorfismen) en de mate waarin een geneesmiddel aanslaat of bijwerkingen vertoont, opgehelderd wordt.
De farmacogenomie zal naar verwachting leiden tot een beter begrip van wat ziekte eigenlijk is. Als vervolg daarop komt de ontwikkeling van nieuwe, efficiënte geneesmiddelen, die mogelijk minder of op den duur zelfs geen (schadelijke) bijwerkingen meer veroorzaken. Aan patiënten zullen uiteindelijk persoonlijke geneesmiddelen voorgeschreven kunnen worden, gebaseerd op de eigen genetische gegevens, en optimale farmacotherapie zal een feit zijn.
Kanttekeningen
De ontwikkeling van 'pillen op maat' heeft als consequentie dat de doelgroep voor bepaalde geneesmiddelen aanzienlijk kleiner wordt. Onzekerheid bestaat over de economische haalbaarheid van de productie van dergelijke geneesmiddelen. De orphan-targets zullen waarschijnlijk talrijk worden. Daarnaast is het de vraag of in bovenstaande theorie over het in mindere mate optreden van bijwerkingen voldoende rekening is gehouden met het vinden van de optimale dosering, interacties tussen geneesmiddelen en andere omgevingsfactoren.
Bovendien zal het leggen van een verband tussen ziekteverschijnselen en individuele genetische gegevens door niet iedereen gewaardeerd worden en onherroepelijk een maatschappelijke discussie over inbreuk op de privacy teweeg brengen.
Bron: Medisch Contact 1999;54(44):1500-2. Pharm Weekbl 1999;134:1618-9.
Corticotropine releasing factor antagonisten
Corticotropine releasing factor (CRF) beïnvloedt de respons op stress. Dit gebeurt niet alleen via de hormonale weg maar ook door directe beïnvloeding van het gedrag. Daarom zijn de laatste jaren CRF-1-antagonisten ontwikkeld. In dierproeven bleken deze verbindingen anxiolytisch en antidepressief te werken. Momenteel worden enkele van deze stoffen in clinical trials getest. Omdat de gebruikte doseringen zeer laag zijn, worden Addisson-achtige bijwerkingen niet gezien.
Literatuur: CNS Drugs 1999;12:85-92.
Huisarts kwistig
Het lijkt er op dat de Zwarte Piet voor het stijgen van de geneesmiddelkosten eindelijk weggehaald wordt bij de apothekers en terechtkomt op de plaats waar de kosten gegenereerd worden, namelijk bij de voorschrijvers. De Consumentenbond deed een kleinschalig en uiteraard wetenschappelijk niet geheel verantwoord onderzoekje naar het voorschrijven van maagzuurmiddelen. Het bleek dat van de 26 benaderde artsen er 14 de gefingeerde klachten van een voor hen onbekende patiënt telefonisch afhandelden en in acht gevallen een recept uitschreven, waarvan zeven maal ranitidine. De twaalf gevallen die wèl langs moesten komen, kregen in alle gevallen een recept mee waarop in acht gevallen een maagzuurrremmer stond voorgeschreven, terwijl de NHG-standaard voor de klachten waarvoor men langskwam maagzuurbinders en leefregels adviseert. De test van de Consumentenbond bevestigt de kritiek van onder andere de minister dat maagzuurremmers te vaak, te veel en te snel worden voorgeschreven.
Literatuur: Gezond, Consumentenbond, Den Haag, december 1999(7):1+3.
Combinatietherapie bij malaria
In het blaadje Memisa Medisch van oktober 1999 wordt aandacht gevraagd voor het belang van een goede aanpak van het problee m van de groeiende resistentie voor malaria. Dat probleem is intussen zo groot dat men zelfs spreekt van een dreigende ramp voor de komende jaren. Vanuit een WHO-werkgroep wordt nu aangedrongen op het gebruik van een combinatie van geneesmiddelen, zoals dat ook al jaren gebruikelijk is bij de aanpak van bijvoorbeeld tuberculose. Vooral wanneer een van de gebruikte middelen artemisinine is, lijkt de kans op het ontstaan van resistentie extreem laag te zijn. Artemisinine reduceert het aantal parasieten zeer snel en effectief; de kans dat resistentie ontstaat tegen een tweede middel met een ander werkingsmechanisme is zeer klein. Bovendien heeft artemisinine effect op de vorming van gametocyten en daarmee op de malariatransmissie in gebieden met lage en onstabiele transmissie. Er loopt thans onderzoek in combinatie met alle bekende antimalariamiddelen.
Literatuur: Keger PA. Malaria: will artemisinin combination avert a disaster? Memisa Medisch 1999;65:132-135.
De kanttekeningen
Haha, één april!

1-september-allergie (2)

Literatuur: Pharma Sel 1999, nr 17.